Ons bedrijf bestaat uit twee delen:
Het gesloten varkensbedrijf werd opgestart in 1988. De zelf opgekweekte zeugen werpen biggen die dan worden afgemest tot ze slachtrijp zijn.
Alle aanwezige varkens worden dus op het bedrijf geboren en blijven er tot ze naar het slachthuis gaan. Dit verklaart dan ook de benaming "gesloten bedrijf".
Het K.I.-centrum ( Kunstmatig Inseminatie Centrum) vraagt wat meer uitleg.
In de 60-er jaren deed de kunstmatige inseminatie intrede in de varkenssector. In 1985 zijn wij gestart met ons K.I.-Centrum en met de verkoop van berensperma (beer = mannelijk varken).
In de aanvangsjaren was het eerder een aanvulling gezien de meeste varkensbedrijven toen nog over eigen beren beschikten. Maar vanaf 1990 schakelden de varkenshouders geleidelijk aan over op de aankoop van berensperma.
Deze trend heeft zich steeds verder doorgezet. Momenteel beschikken slechts 20% van de bedrijven nog over eigen beren.
Alles begint bij de afname van sperma. De beren dekken in een vast schema, bij voorkeur om de 6 à 7 dagen.
Onder strikt hygiënische omstandigheden dekken de beren op een vaste dekstand.Het sperma wordt opgevangen in een thermos en afgegeven in het labo, waar het microscopisch getest wordt op leefbaarheid. Vervolgens ondergaat het sperma een "kleuring" om de bepaling van het percentage goede zaadcellen mogelijk te maken. Onverdund sperma dient immers minimaal 80% normale zaadcellen te bevatten.
Na de concentratiebepaling berekent men het aantal dosissen dat uit deze "sprong" kan worden aangemaakt. De aangemaakte verdunner wordt eerst op dezelfde temperatuur als het sperma gebracht en vervolgens met het sperma vermengd.
Het verdunde sperma wordt uiteindelijk in potjes of blisters gegoten, welke van een etiket worden voorzien. Op dit etiket worden o.a.
De klaargemaakte dosissen worden in geësoleerde zakken (1 per klant) verpakt en, via een nauwkeurig uitgestippelde route, zo snel mogelijk geleverd bij de klanten.
Net als in de andere sectoren bestaat er ook voor spermaverkoop een wettelijk gereglementeerd kader. Men moet aan heel wat wettelijke voorschriften en hygiënische voorwaarden voldoen om de nodige vergunningen te verkrijgen.
Zo dienen er van alle beren stamfiches met afstammingsgegevens en testresultaten te worden bijgehouden en dienen er van alle beren regelmatig bloedstalen te worden afgenomen, om na te gaan of zij ziektevrij zijn en blijven.
Ook voor het labo gelden zeer strikte en regelmatig gecontroleerde hygiïnevoorschriften.
Het runnen van een K.I.-centrum is een vrij arbeidsintensieve taak. Om de arbeidsdruk te verlagen hebben we in 2006 een vaste arbeidskracht in dienst genomen en deze houdt zich nu voltijds met de K.I.-werkzaamheden bezig.
Een beer blijft gemiddeld slechts anderhalf jaar op een K.I.-centrum aanwezig omdat nadien de kwaliteit van het sperma sterk vermindert. Het berenbestand van een K.I.-centrum wisselt dan ook regelmatig.
Een K.I.-centrum heeft als doelstelling de kwaliteit van de varkenspopulatie te verbeteren en het is dan ook noodzakelijk de aangekochte jonge beren te onderwerpen aan strenge selectiecriteria en veeleisende testen. Jonge beren die aan alle criteria voldeden en alle testen doorstonden, leven eerst vier weken in quarantaine en ondergaan daarna nog een doorgedreven bloedonderzoek alvorens definitief binnen te treden in het K.I.-centrum.