In 1989 is het bedrijf opgestart met 80 zeugen en bijhorende biggen en is doorheen de jaren geëvolueerd naar een modern varkensbedrijf met 370 productieve zeugen en meer dan 1.000 vleesvarkens.
Op het bedrijf worden ouderdieren gekweekt en dat geschiedt door de aanwezige "Large White"-grootouderdieren te kruisen met een Engels of Frans landras. Op die manier wordt de eigen zeugenstapel in stand gehouden en wordt de aanvoer van extern fokmateriaal vermeden; vandaar de benaming "gesloten varkensbedrijf". Door deze ouderdieren te kruisen met het Duitse ras "Piétrain" worden vleesbiggen bekomen, welke deels op het eigen bedrijf afgemest worden.
Begin 2007 schakelt het bedrijf over naar een "vierweeks"-managementsysteem.
Dit nieuwe systeem verhoogt drastisch de arbeidsefficiëntie en doet het ziektecijfer
aanzienlijk dalen. De zeugen worden ingedeeld in groepen van 75 tot 80 dieren en worden nu steeds
"in groep" behandeld. Sedertdien verblijven alle drachtige zeugen ook in
groepshuisvesting (boxen met uitloop).
De grootste uitdaging naar de toekomst toe is de gezondheidsstatus van de varkens op peil te houden en zelfs te verbeteren.
Het behalen van een attest schurftvrij was de eerste stap.
Het bedrijf omvat ongeveer 35 hectaren, waarop hoofdzakelijk maïs en tarwe wordt geteeld.
De maïs wordt op het bedrijf aangewend als CCM (gemalen maïskorrel, Corn Cob Mix) en wordt automatisch gemengd met volwaardige eiwitkern om de speenbiggen een zuur en smakelijk voer te geven.
Het drijfmest wordt hoofdzakelijk verwerkt in een mestverwerkinginstallatie, type "Bio-Armor".
Nadat een centrifuge de dunne en de dikke mestfractie van elkaar gescheiden heeft, wordt de dunne fractie afzonderlijk verder behandeld in het biologische gedeelte van de installatie.
Fosfaten zitten geconcentreerd in de dikke fractie (export) en de nog aanwezige stikstof in de dunne fractie wordt door de aanwezige bacteriëncultuur in het reactiebekken omgezet in stikstofgas.
De mestverwerkinginstallatie heeft een capaciteit van 14.000 m3 drijfmest en kan naast het bedrijfseigen mest ook externe mest van omliggende varkensbedrijven verwerken.

Via een netwerk van sensoren en meetpunten kan heel de mestverwerkingscyclus opgevolgd en indien nodig bijgestuurd worden.