Toen Gilbert en Cecile in 1970 trouwden namen zij het landbouwbedrijf van hun (schoon)ouders Jozef en Anna Buys-Vercruyssen over.
Het bedrijf was een "gemengd bedrijf". Naast de akkerbouwactiviteit waren er ook nog kweekzeugen, melkkoeien en vleesvee.
In het begin werden er vooral graangewassen, aardappelen en voederbieten geteeld. Dit waren zeer arbeidsintensieve bezigheden. Het verwerkte graan werd samen met de aardappelen en bieten aangewend als dierenvoeder.
Gezien de ligging van het bedrijf verkochten ze ook steeds aardappelen op de hoeve.
Stilaan kwamen ook dochter Els en zoon Kris al eens een handje toesteken bij het vele werk.
In 1990 werden de melkkoeien vervangen door vleesvee, dikbil en zoogkoeien.
Ze bouwden toen ook een nieuwe varkensstal. Hierin is plaats voor ruim 200 zeugen en voor de op het bedrijf geboren biggen. Deze biggen blijven op het bedrijf tot ze het gewicht van ongeveer 22 kg. bereiken.
Nadat de kinderen het huis verlieten werd de aardappelteelt sterk afgebouwd en verdween ook de thuisverkoop van aardappelen. Later werd ook de graanteelt nog geleidelijk aan vervangen door maïsteelt.
De maïs wordt gehakseld of gedorst en daarna ingekuild om te dienen als dierenvoeding.
De mestactieplannen en de papierberg maakten het er voor deze generatie landbouwers niet makkelijker op.
Maar met inzet, motivatie en positief denken kan je veel bereiken, zeker als ook de kinderen regelmatig nog eens wat komen helpen. Zij hopen gezond te mogen blijven en nog wat jaartjes door te gaan.